Froukje (32) woont in Friesland met haar vriend en grootste steun en toeverlaat Simmer, de Friese Stabij. Ze werkt momenteel in de kinder- en jeugdpsychiatrie als hbo-ervaringsdeskundige op het gebied van beleid en implementatie van herstelgericht werken en de inzet van ervaringsdeskundigheid.
Verder is ze betrokken bij het wetenschappelijke onderzoek StayFine (terugvalpreventie onder jongeren met angst-en stemmingsklachten) en is ze ook nog in opleiding voor haar bachelor psychologie. Naast werken en studeren, volgt ze nog therapie om haar trauma's een plekje te kunnen geven en haar gefragmenteerde delen meer te laten samenwerken.
Ze vindt het moeilijk om zichzelf eenduidig te omschrijven, omdat ze door vroegkinderlijke traumatisering gefragmenteerd, wat betekent met verschillende delen met verschillende overtuigingen, leeft. Dat zorgt voor de nodige contradictie: Zo stippelt ze bijvoorbeeld graag haar reizen van tevoren uit zodat ze op alles voorbereid is, maar is ook net zo verzot op spontane acties. Ze staat in haar omgeving bekend als een tikkeltje sociaal onhandig met de nodige zelfspot, sarcasme en zwarte humor.
Mijn problemen zijn in mijn vroege jeugd al ontstaan. Ik ben ernstig en langdurig getraumatiseerd en hierdoor ontwikkelde ik verschillende delen om mijzelf te beschermen. Dit heeft ook te maken met een onveilige hechting, waardoor ik mij eigenlijk chronisch onveilig ben gaan voelen bij de ander, maar ook met mezelf.
Op de basisschool werd ik gepest en later op de middelbare school ook. Ik voelde mij eigenlijk nooit ergens veilig of geborgen. Ik dacht al vroeg dat er iets mis met mij was, ook al kon ik niet precies bedenken wat dit dan precies was. Ik vond geen verbinding met leeftijdsgenootjes en ik begreep de wereld om mij heen niet. Ik weet dat ik als kind al veel in mijn hoofd zat en veel aan het nadenken was.
Mijn suïcidale gedachten begonnen ook al jong. Als kind heb je nog geen duidelijk beeld bij zoiets abstracts als de dood, maar kun je wel fantaseren over verdwijnen. En dit deed ik dus ook. Ik vluchtte in fantasieën waarbij ik een ander was; iemand die wel geliefd en succesvol was. Soms was ik de heldin in mijn eigen verhalen en zo had ik het idee dat ik ertoe deed.
Op de middelbare school ging het steeds slechter met mij. Ik besefte mij steeds meer dat ik mijzelf ook kon doden. Deze gedachten kwamen steeds vaker in mij op. Bovendien werden ze ook steeds concreter en ergens beangstigde mij dat. Ik durf wel te zeggen dat ik mij destijds zo schaamde voor mijzelf, dat ik de nodige zelfhaat ontwikkelde en mijzelf uiteindelijk deed geloven dat ik het niet waard was om te leven.
Ik werd depressief en kreeg steeds meer last van angsten. Bovendien probeerde ik controle uit te oefenen door mezelf te beschadigen en mezelf uit te hongeren, afgewisseld met de nodige eetbuien. Uiteindelijk ben ik bij de jeugdzorg terecht gekomen omdat het niet langer zo door kon gaan. Dit was het begin van een lange weg in de psychiatrie waarbij de opnames, classificaties/labels en suïcidepogingen elkaar afwisselden.
Ik zag leeftijdsgenootjes zich verloven, het geluk van het ouderschap ontvangen en langzaam opbloeien tot volwassenheid en ondanks dat ik iedereen de wereld aan geluk gun, was ik bij momenten toch wel jaloers. Ik wilde zo graag ook in de maatschappij passen en zoals de gemiddelde Nederlander huisje, boompje, beestje ervaren.
Daarentegen bestonden mijn dagen uit therapie, medicatie, opnames en steeds weer nieuwe DSM labels. Ik verloor mijn perspectief op een vervullend leven en het geloof in mijn eigen herstel. Bij elke nieuwe pil waarvan ik de naam niet kan uitspreken en elke poging om deel te nemen aan de maatschappij, verloor ik weer een beetje hoop. Ik voelde mij als mens gefaald en vooral ook een (financiële) last voor de samenleving.
Inmiddels had ik een scala aan therapieën en medicijnen geprobeerd maar leek ik maar niet te herstellen. Elke stap die ik probeerde te zetten, hetzij vooruit of achteruit, leek geen verschil te maken. Ik was het geloof en vertrouwen in de hulpverlening kwijtgeraakt, maar vooral ook in mezelf.
Ik vind het lastig om de juiste woorden te geven aan chronische suïcidaliteit. Het lijkt zo ongrijpbaar, ook op de momenten dat ik het zelf ervaar. Het is namelijk niet zo dat ik helemaal niet van fijne momenten in mijn leven geniet of dat ik niet oprecht kan lachen. Als ik lach is het waarschijnlijk de meest oprechte lach die iemand kan geven, juist omdat onderhuids altijd dat gevoel van onbestemdheid borrelt.
Soms voel ik mij gewoon niet thuis op aarde en in dit leven. Ik kan dan geen verbinding maken met de wereld om mij heen. Mijn psychiater benoemt dat dit ontheemde gevoel en identiteitscrisis een gevolg zijn van mijn complexe PTSS en dat traumaverwerking dit een stuk kan verlichten. In dit proces zit ik nu nog steeds; terwijl ik mijn trauma’s een plekje probeer te geven in mijn geest, probeer ik hetzelfde voor mijzelf hier op deze aarde.
Ik wil dan ook niet pretenderen dat mijn leven nu koek en ei is, want dit is niet het geval. Ik vind het leven af en toe nog steeds ontzettend moeilijk en ook de gedachten dat ik het kan beëindigen zijn er af en toe nog. Soms maken de gedachten mij weer even hopeloos en op zulke momenten vraag ik mij weer even af of het ooit goed komt met mij. Maar op zulke momenten besef ik mij ook dat een stukje acceptatie belangrijk en zelfs essentieel is.
Ik heb gedachten en de intrusies niet altijd voor het zeggen; soms komen die ongewenst gewoon in mij op. Ik heb wel de keuze hoe ik hiermee om ga. In het verleden liet ik mijn leven bepalen door de suïcidaliteit en door mijzelf hier helemaal in te verliezen. Inmiddels ben ik zover in mijn herstelproces, onder andere door middel van blijven oefenen met mindfulness, om de gedachten wel op te merken, maar bewust een andere keuze te maken. Vaak is er een aanleiding, een zogeheten trigger, die de suïcidale gedachten naar de voorgrond brengen en waardoor ik van chronisch naar acuut suïcidaal ga.
Een trigger is bijvoorbeeld wanneer ik het gevoel heb dat ik iets niet goed heb gedaan/heb gefaald. Vroeger had ik op zo’n moment het gevoel dat ik mijzelf hiervoor moest straffen, omdat ik geen fouten mocht maken en vaak koos ik dan voor zelfbeschadiging. Uiteindelijk droeg dit alleen maar bij aan het verder in crisis raken.
Inmiddels heb ik geleerd om op zulke momenten juist aardig voor mezelf te zijn. Ik kan op zulke momenten compassievol naar mezelf kijken waarbij ik (soms met steun van mijn hulpverleners) de triggers analyseer en vanuit daaruit bewuste keuzes maak in wat ik op dat moment nodig heb om mij goed te blijven voelen.
Dit kan een extra rustmoment met een warme douche betekenen, een lange wandeling door het bos met mijn hond Simmer of misschien wel een leuk dagje uit met een vriendin. Het belangrijkste is dat ik mijzelf de tijd gun om mijn chronische suïcidaliteit te accepteren in zoverre dat ik er op een prettige manier mee om kan gaan.
In mijn leven heb ik behoorlijk wat verschillende therapieën gehad. Echter waren ze vaak alleen gericht op emotieregulatie en het aanleren van crisisvaardigheden vanuit het idee dat ik een Borderline persoonlijkheidsstoornis had. Hierbij kan je denken aan de VERS training en een Mentalisation Based Therapy (MBT) dagbehandeling. Ondanks dat ik van alle therapieën wel wat geleerd en meegenomen heb, sloten deze therapieën niet aan bij wat ik echt nodig had om te herstellen.
Deze foute diagnostiek heeft gemaakt dat ik pas relatief recentelijk de juiste ‘match’ heb gevonden qua classificatie, maar ook qua hulpverlening. Uiteindelijk is nu de classificatie complexe ptss met dissociaties vastgesteld. Ondanks dat ik weinig waarde aan labeltjes hecht, brachten deze labels voor mij ook perspectief in de vorm van zelfinzicht en een passende behandeling in de vorm van traumaverwerking (EMDR) en de integratie van mijn delen.
Langzaam maar zeker krijg ik meer vertrouwen in de ander en vooral ook mijzelf. Ik geef hiervoor graag de credits aan mijn hulpverleners en in het bijzonder mijn psychiater.
Succeservaringen zijn voor mij erg belangrijk geweest om te herstellen. Ik kende eerst alleen maar het gevoel van falen en ik was ervan overtuigd dat ik niets kon. Ik ben toch de uitdagingen in mijn leven aangegaan en kwam er steeds meer achter welke ik kwaliteiten ik wel had. Als ervaringsdeskundige probeer ik ook bewustwording onder hulpverleners te bevorderen over het belang van het inzetten van de krachten van de cliënt tijdens zijn of haar herstelproces.
Ik vind het jammer dat destijds bij mij de nadruk vooral lag op al mijn beperkingen, omdat dit eigenlijk alleen mijn lage gevoel van zelfwaarde steeds weer bevestigde. Iedereen heeft namelijk krachten en talenten die hij kan benutten bij herstellen. Zo weet ik nu dat ik mij goed kan uiten door middel van schrijven. Via het platform LinkedIn schrijf ik anekdotes over mijn vak als ervaringsdeskundige, maar ook over mijn eigen herstel.
Ik ben mij ervan bewust geworden dat een veilige basis en vertrouwen in mijn behandelaren erg belangrijk is voor mijn herstel. Door mijn complexe PTSS vind ik het moeilijk om anderen maar ook mezelf te vertrouwen en hierdoor was ik in het verleden regelmatig hulpverleners aan het aantrekken en weer aan het afstoten. Deze veilige basis bieden mijn huidige behandelaren mij wel waardoor ik, door mezelf uit te dagen, mijzelf steeds verder kan ontwikkelen en hiermee het vertrouwen in mijzelf en het nemen van mijn eigen regie ook toeneemt.
Door schade en schande weet ik inmiddels ook welke dingen mijn herstel belemmeren of zelfs schadelijk zijn geweest. Zo heb ik lange tijd veel sederende middelen geslikt, waardoor ik afgevlakt was van al mijn gevoelens en mijn leven vooral aan mij voorbij ging. Ik geloof zeker dat ik enige vorm van medicatie nodig heb gehad tijdens mijn herstel en ik ben zeker niet anti medicatie, maar ik vind het jammer dat ik zolang mijn gevoelens onderdrukt heb door middel van deze medicatie.
Het ervaren van stigma’s heeft mijn herstel ook belemmerd, voornamelijk omdat ik deze stigma’s ging internaliseren als zijnde de waarheid en hierdoor aan mezelf ging twijfelen.
De dingen waar ik zelf veel waarde aan hecht binnen mijn werk als ervaringsdeskundige en als hulpverlener zijn vaak ook de dingen die ik gemist heb in mijn eigen behandeling destijds. Ik miste gelijkwaardig contact met een hulpverlener en voelde mij vaak niet serieus genomen, wanneer ik probeerde uit te leggen wat ik dacht dat ik nodig had om te herstellen.
Uiteindelijk geloof ik er sterk in dat het helpend was geweest wanneer de hulpverleners mijn ervaringskennis en eigen expertise onderdeel hadden gemaakt van mijn herstelproces. Het had mij gesterkt en vertrouwen gegeven wanneer er meer aandacht was geweest voor de kwaliteiten die ik ook had, naast alle kwetsbaarheden en symptomen die ik vertoonde. Aan de ene kant werd van mij verwacht dat ik eigen verantwoordelijkheid en regie voerde, maar dit voelde tegenstrijdig omdat zij mijn inbreng tegelijkertijd ook vaak niet serieus namen.
Daarentegen wil ik wel benoemen dat ik mij er ook bewust van ben dat het niet zwart-wit is en ingewikkeld voor alle betrokken partijen. De hulpverleners hebben vaak met de beste intenties mij willen helpen maar wisten vaak ook niet meer hoe dit moest. Omdat ik steeds zo in crisis zat, leek het dweilen met de kraan open en vooral brandjes blussen en paniekvoetbal.
Een van de belangrijkste manieren om te blijven relativeren is mijn donkere humor. Ik ben gek op zwartgallige memes en filmpjes, omdat deze alles wat minder zwaar maken. Overigens houd ik ook van kattenfilmpjes op YouTube hoor!
Daarnaast heb ik altijd al een flinke dosis doorzettingsvermogen gehad en ben ik altijd al erg leergierig geweest. Ik heb altijd de drive gehad om de wereld om mij heen te analyseren en te begrijpen en heb altijd het streven gehad om de beste versie van mijzelf te worden.
Gedurende de opnames, het dagelijks slikken van een apotheek aan medicatie en de veelvuldige therapieën heb ik altijd geprobeerd om de verbinding met het leven buiten de ggz te behouden door deel te nemen aan de maatschappij. Ik heb gestudeerd, bijbaantjes gehad en ook het nodige vrijwilligerswerk gedaan.
Ik ben mij ervan bewust dat ik door mijn angsten geneigd ben om te gaan vermijden en tegendraads als ik kan zijn, maak ik nog steeds de keuze om mijzelf zo veel mogelijk aan exposure bloot te stellen. Ondanks mijn sociale -en faalangst ben ik bijvoorbeeld toch gaan werken in een ziekenhuis als voedings-en afdelingsassistente en heb ik vrijwilligerswerk gedaan in een hospice.
Ik denk dat het uiteindelijk dan ook de kleine dingen zijn die mij moed geven om door te blijven gaan. Vaak zijn het de momenten die je achteraf pas als zodanig ervaart door erop terug te kijken met een glimlach. Mijn dierbaren en mijn hond Simmer spelen hier een grote rol in maar ook de hulpverlening die ik nu ongeveer twee jaar mag ontvangen.
De laatste jaren ben ik vrij stabiel. De suïcidale gedachten zijn nog steeds wel aanwezig, maar het verschil met vroeger is dat ik nu een stuk weerbaarder ben en weet wat ik nodig heb om deze niet de overhand te laten krijgen.
Langzaam maar gestaag gun ik het mezelf om te gaan leven in plaats van overleven waarbij ik liefdevoller naar mezelf ben. Ik gun mezelf de ruimte om te herstellen door te vallen en weer op te staan en dit doe ik dan vanuit liefde en compassie. Beetje bij beetje leer ik mijzelf en waar ik voor sta beter kennen en stiekem voelt dit naast de angst die het geeft ook goed. Ik leer om meer stil te staan bij mijn gevoel en alles in het leven daadwerkelijk te ervaren. In plaats van ‘het moet want het staat in mijn signaleringsplan’ kan ik nu ook genieten van een warme douche.
Ondanks dat ik nog steeds regelmatig met mezelf strijd, kan ik langzamerhand ook weer dromen over de toekomst. Ik wil graag meer gaan reizen en meer van de wereld zien en ontdekken. Ik heb een bucketlist waarbij ik elk jaar minimaal 1 activiteit wil kunnen afstrepen. Zo ga ik dit jaar vliegen boven Texel, maar wil ik ook graag nog een keer naar een concert van Celtic Woman.
Op professioneel gebied wil ik graag een actieve rol blijven spelen in het doorbreken van het taboe en de stigma’s rondom psychische problemen en (chronische) suïcidaliteit. Uiteindelijk is mijn droom om mij door te ontwikkelen tot GZ psycholoog of klinisch psycholoog en mij actief in te zetten om meer (en snellere) behandelmogelijkheden te creëren voor mensen met complexe psychische/psychiatrische problematiek omdat juist deze doelgroep vaak buiten de boot valt.